maandag 22 januari 2018

Steenlopers tijdens het blauwe uur


Hoewel de zon aan het eind van onze eerste middag op Texel even onder de wolken uitkwam om ons te trakteren op een mooie zonsondergang, bleef de volgende dag vrijwel bewolkt. We stonden vroeg op om de zon te zien opgaan boven het wad, maar die liet zich dus niet zien. De blauwe kleur van het vroege uur maakte veel goed. In het haventje van De Cocksdorp zat een groepje steenlopers te rusten op een stukje van de pier. Het werd lichter en ze vlogen op. Toen ik me omdraaide ontdekte ik dat ze tussen de stenen van de waddendijk op zoek waren gegaan naar eten. Met hun stompe snavel draaien ze wier, schelpen en steentjes om, op zoek naar insectjes, kreeftachtigen, wormen en ander klein spul. Ze eten ook aas als ze dat tegenkomen. Of ze maken gebruik van een list. Meeuwen en kraaien houden van schelpdieren, maar hun snavel is niet geschikt om die te openen. Ze laten zo'n schelp dan vallen vanaf een bepaalde hoogte zodat die stukbreekt. Steenlopers hebben dat door: ze herkennen het geluid van de vallende schelpen en zorgen dat ze in buurt zijn. Met een beetje geluk zijn ze net iets eerder bij het smakelijke voedsel dan de neerdalende vogel.
Uit de Crossley ID Guide - Wikimedia
De vogeltjes broeden niet in Nederland, maar zijn een groot deel van het jaar te vinden langs onze kustlijn. Van en naar hun broedgebied leggen ze indrukwekkende afstanden af. Scandinavische broeders kunnen tot in Zuid-Afrika worden gezien en wij krijgen vooral Canadese gasten op bezoek. Steenlopers die van geolocators waren voorzien gaven hun vluchtgedrag op het zuidelijk halfrond prijs. In zes dagen vlogen ze non-stop van Australië naar Taiwan, maar liefst 7600 km. Toen ze daar hun maag weer hadden gevuld, vlogen ze naar China, om daarna nog eens 5000 km af te leggen naar hun broedgebied in Siberië. Ín het filmpje zie je ze in winterkleed. Het plaatje uit Crossley ID Guide laat (ook) zien hoe ze er in broedkleed uitzien.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.





zondag 14 januari 2018

Roodhalsgans en rood water


Roodhalsgans in broedgebied - foto van Wikimedia
“Wie de verrekijker langzaam over een grote groep overwinterende ganzen laat glijden, kan plotseling oog in oog komen te staan met een kleine maar prachtige gans. Een sierlijke tekening in 't verenkleed, een rode wang, hals en borst en een gedrongen postuur: de roodhalsgans. Tenminste; wanneer de gans van dichtbij te bekijken is, want op afstand gaat de roodhalsgans vrijwel schuil tussen de andere ganzen. Zelfs ervaren vogelaars hebben vaak grote moeite met het ontdekken van 'die ene roodhals' tussen duizenden grazers.” Zo is het op de site van de Vogelbescherming te lezen en dat komt redelijk overeen met onze ervaring. Onlangs waren we een paar dagen op Texel en de site waarneming.nl gaf aan dat er twee roodhalsganzen waren gesignaleerd op het eiland. Onder dreiging van een flinke bui regen reden we naar het bewuste gebied. Daar hielden zich, verspreid over enkele weilanden, inderdaad grote groepen ganzen op. Elke groep speurden we af, terwijl het weer steeds dreigender werd. Half misselijk van het getuur door de kijker, besloten we nog één groepje 'onder de loep' te nemen. En toen was het raak, we zagen voor het eerst de mooie roodhalsgansjes. Voor filmen was de afstand groot en de lucht vrij donker, de camera had moeite met focussen. Toch is het gelukt om het groepje te filmen. Kijk maar eens of je de roodhalsgansjes ontdekt tussen de rotganzen.  


Roodhalsganzen laten zich niet vaak in Nederland bekijken. Ze broeden in Siberië en brengen de winter door bij de Zwarte Zee, de Kaspische Zee en het Oeralmeer. In Bulgarije en Roemenië heb je grote kans om ze te zien maar er komen nauwelijks vogels naar West-Europa. En van die groep belandt maar een enkeling in Nederland. We waren dus blij dat we ze gevonden hadden. De bui barstte los en al spoedig zaten de autoruiten zo vol spetters dat we het voor gezien hielden.


Rond een uur of vier brak de zon toch nog even door, we reden snel naar het strand om de zonsondergang te filmen. Hoe dat eruit zag, zie je in onderstaand filmpje. Fascinerend waren de reflecties van de rood kleurende lucht in het water.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar mijn blog te gaan en beide filmpjes te bekijken.
 

dinsdag 9 januari 2018

Het oudste bos van ons land ligt in de stad

Ik werk er om de hoek, maar had het nog nooit uitgebreid bekeken. Op een vrije middag heb ik niet meteen de auto gepakt om naar huis te rijden, maar ben ik een wandeling gaan maken door het oudste bos van Nederland: het Haagse bos. Dat strekt zich uit van het Malieveld, zo'n beetje hartje Den Haag, tot aan Wassenaar en is ongeveer 100 hectare groot. Op oude strandwallen en veen is hier een oerbos ontstaan dat aanvankelijk veel groter was: van 's Gravenzande tot aan Alkmaar. Het Haarlemmerhout is een ander restje van het oerbos. De geschiedschrijving van het bos begint in de dertiende eeuw. De Graven van Holland bouwden een jachtslot bij het bos, een gebouw dat nu bekend staat als het Binnenhof. De graven besteedden veel geld aan het onderhoud van het bos en plantten er eiken. Later werd een deel daarvan gekapt om er verdedigingswerken van te maken tijdens de Tachtigjarige oorlog. Toen het bos helemaal gekapt dreigde te worden, om met het geld dat dit opbracht de schulden uit deze oorlog te vereffenen kwamen er protestacties op gang. En met resultaat: op 16 april 1576 ondertekende Willem van Oranje de Acte van Redemptie waarin werd bepaald dat niemand meer een boom mocht kappen in het bos en dat het bos niet verkocht mocht worden. Tijdens de Franse bezetting kwam het  bos echter nog eens in gevaar. Koning Lodewijk Napoleon gaf in 1810 opdracht om het bos te kappen en de grond voor landbouw in gebruik te nemen. Landmeter Van der Spuy treuzelde zo lang met het opmeten en in kaart brengen van het gebied dat het Franse rijk ten onder was gegaan voordat er gekapt werd. In 2010 waren er kabinetsplannen om het Haagse bos en het Malieveld te verkopen. Gelukkig geldt de Acte van Redemptie nog steeds en konden deze plannen verijdeld worden. Zo kunnen we nu nog genieten van een oeroud stukje groen in de stad. Op een kille decembermiddag was er weinig te beleven in het bos, maar de reflecties in het water waren wondermooi. In het voorjaar ga ik nog eens filmen, dan biedt het bos vast een andere aanblik.
E-mailabonnees kunnen het filmpje bekijken door te klikken op deze link.

dinsdag 2 januari 2018

Wildernis in zwart/wit

Photo by J. Malcolm Greany
Van Sinterklaas kreeg ik een geweldig fotoboek van Ansel Adams (1902-1984), wat mij betreft de koning van zwart/wit landschapsfotografie. Als jongen struinde hij door de natuur in de buurt van zijn woonplaats San Francisco, Californië. Zijn eerste camera van een Kodak no 1 Box Brownie, een soortgelijke camera heb ik van mijn opa geërfd. Ik heb daar echter nooit mee gefotografeerd, simpelweg omdat ik geen idee had hoe dat moest. Al snel ontsteeg Ansel de amateurstatus en de waardering voor zijn werk steeg. Hij maakte foto's van de nationale parken van de Verenigde Staten en kreeg daarvoor drie Guggenheim-prijzen. Ik vergaap me aan zijn foto's omdat de contrasten waarmee hij de landschappen heeft vastgelegd ongelooflijk zijn. Iedereen die wel eens een foto maakt weet dat, zodra je een donker voorwerp als onderwerp neemt, de rest van de opname wel erg licht uitvalt. En een persoon in de sneeuw wordt al gauw een silhouet. Ons oog bekijkt dat soort contrasten heel wat genuanceerder dan een camera. Maar Ansel Adams combineert donkere bergen en sneeuw schijnbaar moeiteloos op een perfecte manier. Hij heeft hiervoor zelf een zonesysteem ontwikkeld van 10 tinten, van helemaal zwart tot helemaal wit. Al bij het belichten hield hij rekening met het gewenste eindresultaat en in de donkere kamer voegde hij daar speciale effecten bij het ontwikkelen en afdrukken aan toe. Heel ingenieus in het analoge tijdperk. Je kunt het werk bekijken op zijn website, dat is echt een aanrader. Behalve fotograaf was hij overigens ook natuuractivist: hij streed voor behoud van 'wildernisnatuur'. Zijn motto: "I hope that my work will encourage self expression in others and stimulate the search for beauty and creative excitement in the great world around us" spreekt me bijzonder aan. 
Tijdens een grijze dag, waarop niet veel te beleven viel in de Amsterdamse Waterleidingduinen, heb ik de knop van mijn camera daarom maar weer eens op 'zwart/wit' gedraaid, om mijn creatieve experiment van afgelopen herfst een vervolg te geven. Tijdens het filmen kwam het Engelse woord 'solitude' in me op. Dat betekent verlatenheid en eenzaamheid. Het landschap straalde vooral het eerste uit en de meeste dieren zijn 'eenzaam' in beeld. De zwart/wit opnamen versterken dat gevoel wat mij betreft. 



E-mailabonnees kunnen het filmpje bekijken door te klikken op deze link.

dinsdag 19 december 2017

Fijne feestdagen

Ik wens alle lezers van mijn blog fijne feestdagen. Ik vond het leuk om mijn 'natuurjaar' met jullie te delen, en hoop je terug te zien in het nieuwe jaar!




E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.

Goudhaantje: klein maar fijn

Foto: Marton Berntsen - Wikimedia
Natuurlijk moest ik er afgelopen week even op uit om de witte winterdagen op film vast te leggen. De mooiste sneeuwdekens lagen er in de nacht, tegen de ochtend was een deel al weg gedooid en in de middag sneeuwde het opnieuw. Nu ik dit schrijf is de wereld weer groen en grijs. Vogels moeten in de winter hard werken om op temperatuur te blijven en zijn wegens de korte dagen op zoek naar voedsel zo lang het licht is. Hoe lager het lichaamsgewicht, hoe groter de strijd om het bestaan. Kleine vogels hebben een snelle stofwisseling en weinig reserve. Continu eten is de enige oplossing. Het goudhaantje is de kleinste vogel in ons land: 8,5 centimeter lang en 5 gram zwaar. Dat betekent dat je vier goudhaantjes zou kunnen versturen met één kerstzegel :). De kleine verenbolletjes leven in naaldbomen en zijn bij de toppen te vinden. De nesten, komvormig en gemaakt van (korst)mos, haar en spinrag, hangen meestal aan de buitenste takken. Dat zo'n klein vogeltje tussen de 7 en 13 eieren per keer legt (elk 1 centimeter groot), vind ik dan weer een enorme prestatie. Maar dat is ook een indicatie dat niet alle kleintjes groot zullen worden. Niet alleen omdat ze veel voedsel moeten kunnen vinden, maar ook omdat kleine vogeltjes voor veel andere dieren een prooi zijn. Meestal merk ik de vogeltjes op door hun hoge gepiep. Zo ontdekte ik tijdens mijn winterwandeling een groepje in de taxusstruiken. Na een tijdje stil te hebben gestaan met de camera in de aanslag, doken de eerste vogeltjes aan mijn kant van de taxus op. De beestjes zijn razendsnel en zitten geen seconde stil. Toch is het gelukt om hun fourageergedrag te filmen, je ziet de goudhaantjes aan het einde van dit filmpje.




E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar het filmpje te gaan.

dinsdag 12 december 2017

Een grote bonte specht op bezoek

Tijdens onze wandelingen in natuurgebieden komen we vaak grote bonte spechten tegen. In een golvende vlucht, waarbij ze af en toe de vleugels tegen het lichaam vouwen, verplaatsen ze zich van boom naar boom. Regelmatig horen we dan ook hun specifieke contactroep. Naaldbomen zijn favoriet en, eenmaal geland, zitten ze hoog in de boom en vaak verscholen tussen het groen. Bovendien gaan ze meestal aan de achterkant van de stam zitten, en draaien ze weg als we rond de stam lopen. Grote bonte spechten bekijken is dus meestal verrekijkerwerk. De vogel leeft van insecten(larven), in de winter aangevuld met plantaardig voedsel, meestal zaden van naaldbomen. Een week of wat geleden, kregen we een mannetje grote bonte specht echter van dichtbij te zien. De eikenhouten pergola in onze tuin heeft spleten waar zich blijkbaar voldoende insectjes bevinden om deze mooie vogel naar onze tuin te lokken. In feite dienden de palen van de pergola als een soort 'kunstboom'. Net als bij gewone bomen kroop de specht van beneden naar boven en kon je zijn tong in de spleten zien verdwijnen. Spechten hebben voor zulke acties een extreem lange tong, die rond de schedel ligt, verbonden met speciale botten en spieren. Kijk maar eens naar de scan van de spechtenkop in dit artikel. De punt van de tong is kleverig, waardoor de insecten er aan blijven plakken. De tong kan wel 13 centimeter buiten de snavel uitkomen. In mijn filmpje zie je de tong even uit de snavel flitsen, maar in dit geval is het maar een paar centimeter. Nadat de specht onze 'kunstbomen' had afgezocht, ontdekte hij (een mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd en vrouwtjes niet) een nieuwe voedselbron: de pindakaaspot. Let trouwens ook eens op de poten van de specht. Waar bij de meeste vogels drie tenen naar voren wijzen en één naar achter, is dat bij de specht twee om twee. In de biologie heeft dat zygodactyl, ofwel gepaarde tenen. De huid van de poten is behoorlijk dik, waarschijnlijk een bescherming tegen insectenbeten. Behalve de specht, kwamen er meer vogels af op onze voederplaatsen, je ziet in het filmpje verder ruziënde spreeuwen, pimpel- en koolmezen, een roodborst en een merel.


  

dinsdag 5 december 2017

Heeeel veeeeel vogels

Foto: Vkulikov, wikimedia
Jullie hebben nog één filmpje uit Spanje van mij te goed. Zoals je kon zien op de verspreidingskaartjes van de wolven en lynxen liggen hun leefgebieden een behoorlijk eindje uit elkaar. De flinke reis van de Picos naar de provincie Andalusië hebben we onderbroken om twee mooie vogelgebieden te bezoeken. Rond het kleine plaatsje Villafáfilla zijn uitgestrekte landbouwgebieden te vinden, waar grote trappen op zoek gaan naar restjes graan. De mannetjes zijn met een lichaamsgewicht tot 16 kilo de zwaarste vogels die nog kunnen vliegen. In de lagunes zagen we kraanvogels, maar omdat de meertjes door de al maanden aanhoudende droogte bijna geen water meer bevatten, waren ze te ver weg om te filmen. Op nog geen 5 minuten rijden van Alcázar de San Juan, een onooglijk oord met een hotel aan een winkelboulevard, is een prachtig wetland te vinden. De lagunes waren druk bevolkt met ooievaars (vast een deel van 'onze' ooievaars die er overwinteren), steltkluten (die we in Nederland maar mondjesmaat zien), wat kemphanen en andere kleine steltlopertjes. Naast de ooievaars, sprongen de vele flamingo's in het oog. De Europese flamingo is wittig roze, met wat donkerder roze op de vleugels. Het is echt een soort van de zuidelijke streken, hoewel ze bij ons in Zeeland ook wel eens gezien worden. Er kwam juist een grote groep aanvliegen toen we achter het kijkscherm stonden. Bekijk ze op je gemak in het filmpje.


Wat grote aantallen vogels betreft, kunnen we er in Nederland natuurlijk ook wat van. Gisteren was het eindelijk weer eens droog. We liepen een rondje rond de Reeuwijkse Plassen en zagen er duizenden eenden, ganzen en een troepje brilduikers op het water. De middag eindigde met een spectaculaire zonsondergang. Deze tweede film is dus gewoon gemaakt op Nederlandse bodem.




woensdag 29 november 2017

Geen wolf maar wel zijn prooi

Manuel Raúl Alonso Ríos - Wikimedia Commons
Vanuit de Sierra de la Culebra (zie mijn vorige blog) trokken we verder naar het noorden van Spanje om onze zoektocht naar wolven voort te zetten in het nationale park Picos de Europa. We zagen er prenten (pootafdrukken) en uitwerpselen van wolven. Twee wilde katten kruisten ons pad, waarover ik schreef in mijn blog van 7 november. We postten op een bergtop, met geweldig uitzicht over de bergen en dalen van de Picos, maar tevergeefs. De volgende ochtend had het gevroren. We keken uit over een berijpt dal terwijl de zon langzaam hoger klom. Berekoud, windstil en behalve het getingel van koeienbellen was er geen geluid. Een magisch ochtendmoment. Op een gegeven moment tekenden zich stipjes af op de rotsen. Geen wolven, maar wel een potentiële prooi: gemzen. Iets langer dan een meter, een kilo of 40-50 zwaar en lijkend op een geit. Maar zoals je op de tekening ziet zijn de hoorns van gemzen veel meer gekromd dan bij de geit. Gemzen leven op de rand van de boomgrens. 's Nachts en in de middag rusten ze graag in de bossen. In de ochtend dalen ze af om eten te zoeken, dat was het moment dat wij ze op de rotsen konden zien. Door speciale aanpassingen aan de poten kan een gems klauteren langs steile hellingen. Zachte hoeven en kleine tenen zorgen voor een goede grip. De veerkrachtige voetzolen werken als schokdempers. Soms klimmen ze behendig en kunnen 4 meter hoog en 7 meter ver springen. Andere keren gaat het er behoedzamer aan toe, zo lees ik in het boek Het Leven der Dieren van Brehm: “Hoogst voorzichtig is de Gems bij het overtrekken van met sneeuw bedekte gletschers, steeds vermijdt zij zorgvuldig de met sneeuw bedekte spleten, hoewel zij deze met de oogen niet kan waarnemen. Even behoedzaam en langzaam schrijdt zij langs rotshellingen voort. Eenige leden van den troep vestigen hun aandacht op de paden, de overige speuren onverpoosd naar andere gevaren. "Wij hebben gezien," verhaalt Tschudi, "hoe een troep Gemzen een gevaarlijke, zeer steile, met rolsteenen bedekte rotshelling overtrekken wilde, en het geduld en de schranderheid dezer dieren bewonderd. Eén hunner ging vooraan en klauterde voorzichtig naar boven; de overige wachtten tot het zijn doel volkomen bereikt had; eerst als er geen steen meer rolde, volgde het tweede, daarna het derde en zoo voort. Die, welke boven aangekomen waren, verstrooiden zich niet onmiddellijk over de weide, maar bleven op den uitkijk staan aan den rand van de helling, totdat de laatste kameraad zonder ongeval de reis volbracht had."

We zagen behoorlijk wat gemzen bij elkaar: die groepen bestaan uit vrouwtjes en nakomelingen. Mannetjes leven solitair, behalve in de paartijd, die duurt van half november tot begin december. Een oudere, ervaren geit heeft de leiding in de groep. Enkele dieren uit de groep stonden op de uitkijk om onmiddellijk alarm te slaan bij gevaar: ze maken dan een fluitend geluid en stampen met een poot op de grond. Nu stonden ze echter letterlijk doodstil, ik filmde minutenlang om wat beweging in beeld te krijgen, maar meestal stopte ik de film omdat er letterlijk niks gebeurde. Dat was voor ons ook een teken dat er geen wolven in de buurt waren, want dan waren de gemzen al lang weggeweest. Gemzen vertrouwen op hun reukvermogen en gehoor bij het detecteren van gevaar. In de zomer eten ze malse grassen en kruiden. Drinken doen ze door dauwdruppels van de planten te likken. 's Winters kunnen ze leven van (korst)mossen. Ze trekken dan wat hoger de bergen in, waar de sneeuw wat eerder door de wind wordt weggewaaid dan in het dal. Ze moeten vele gevaren trotseren: sneeuwlawines, rollend gesteente, lynxen, beren en wolven die uit zijn op een maaltijd. In de afgelopen eeuwen werd de gems ook flink bejaagd. Het vlees schijnt heel lekker te zijn en het leer dat van gemzenhuid werd gemaakt is super zacht en van topkwaliteit. Maar in het nationale park van de Picos mag gelukkig niet gejaagd worden. We zagen de gemzen op flinke afstand, dus verwacht geen close ups in het filmpje. Vergeet niet (bij alle filmpjes die ik plaats) de resolutie op 1080 (HD) te zetten voor de beste kwaliteit.


Email abonnees kunnen het filmpje bekijken via de link 'filmpje' of door te klikken op de titel van dit blog. 

Intussen in Nederland

De maand november zit er bijna op, wat was het nat! Afgelopen maandag spande de kroon met zijn heftige buien. Een filmpje van deze regendag voor een 'minder-dan-twee-minuten-zen-momentje' :)