zondag 22 april 2018

Bloeiende bomen

Een afgevallen populierenkatje, windbestuiver
Het voorjaar is de tijd van de voortplanting in de natuur. Dat geldt niet alleen voor dieren, maar ook voor bomen. Die maken nu niet alleen blad, maar ook bloemen aan. Wanneer die bloemen aan de takken komen, hangt af van de manier waarop de bestuiving plaats vindt. Sommige bomen vertrouwen daarbij op de wind, andere maken gebruik van hulpjes, meestal insecten. De bomen die gaan voor de windbestuiving maken bloemen aan vóór de bladeren ontluiken. Hoe meer de wind vrij spel heeft, hoe beter. Meestal hebben die bomen katjes, die enorme hoeveelheden stuifmeel verspreiden. De kans dat het stuifmeel precies op de stamper van de vrouwelijke bloemetjes terechtkomt is heel klein, dus moet er groots uitgepakt worden. Vijf tot zes miljoen stuifmeelkorrels per katje is heel gebruikelijk. En dat keer de honderden katjes die aan een boom bungelen. Sorry voor de hooikoortspatiënten.....


Andere bomen zijn wat zuiniger met het stuifmeel, maar maken ook een lekkernij aan voor hun hulptroepen: met nectarklieren produceren ze een zoete vloeistof die suikers bevat (glucose, fructose en sacharose) en kleine hoeveelheden proteïnes, vitamines en smaakstoffen. Deze 'brandstof voor insecten' trekt bestuivers aan. De hoeveelheden nectar per bloem zijn beperkt, zodat de bijen en andere insecten genoodzaakt zijn om veel verschillende bloemen te bezoeken voor een behoorlijke portie. Terwijl ze van bloem naar bloem vliegen nemen ze stuifmeel mee en bestuiven zo de stampers.
Hommel met stuifmeel in korfje
Voor de bijen en hommels is niet alleen de nectar, maar ook het stuifmeel belangrijk. Stuifmeel is de voedselbron voor hun larven. Ze verzamelen dat vaak in 'korfjes' op hun poten. Je ziet dan dat ze gele of bruine bolletjes meevoeren.


In onderstaand filmpje zie je ontluikende bladeren en bloemen van veel verschillende bomen. De namen van de bomen staan erbij.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.





zaterdag 14 april 2018

Zwangere kikkers

Ook in en rond het water zijn de lentesignalen niet te missen. Kleine watersalamanders zijn op liefdespad. Daarover schreef ik al eens in mijn blog van 16 mei 2017. In mijn tuinvijver verschijnen ook de vrouwtjeskikkers met hun opgezwollen buiken, vol met eitjes. Ze wachten op een mannetje dat hun eitjes bij het verlaten van hun lichaam kan bevruchten. Dan ontstaat er een klomp kikkerdril, dat aan de oppervlakte van het water blijft drijven om zoveel mogelijk te profiteren van de zonnewarmte in het vroege voorjaar. Het water zelf kan nog behoorlijk koud zijn. Naarmate de kikkervisjes zich in het ei ontwikkelen zakt de klomp in en zie je de vorm van het jonge kikkertje veranderen. Onlangs las ik op de site van NEMO kennislink dat kikkers meer met zwangerschap te maken hebben dan ik dacht. Uit de publicatie van het Leids Universitair Medisch Centrum op die site bleek dat kikkers vroeger werden gebruikt als zwangerschapstest. Hierbij maakten ze gebruik van de eigenschap van kikkers dat ze van kleur kunnen veranderen onder invloed van hormonen. Bij groene kikkers werd de hypofyse verwijderd, waardoor de kikker geelwit werd. Wanneer de kikker werd ingespoten met de urine van een zwangere vrouw kwam de groene kleur terug. In de jaren 50 en 60 bestond daar een speciaal instituut voor dat Rana heette (dat is Latijn voor kikker). Als de urine 's ochtends naar het lab werd gebracht, kreeg je 's middags al de uitslag en dat kostte 10 gulden (zo'n 4,5 euro).
Gelukkig hebben we daar tegenwoordig geen kikkers meer voor nodig, zwangerschapstesten maken nu gebruik van bepaalde stoffen uit konijnenbloed. Misschien niet zo rigoureus als het werken met die kikkers, maar nog steeds niet diervrij. In mijn filmpje kun je een kikker zien die door mensen met rust gelaten wordt. Toch is er een plaaggeest aan het werk, want het blijkt dat muggen niet alleen zoogdieren te grazen nemen, maar ook kikkers. Ik zag de mug om de kikker heen cirkelen. Ik bleef filmen want ik hoopte dat de kikker zijn tong uit zou steken om de mug te pakken, maar het omgekeerde gebeurde :). Op het wateroppervlak zie je vijverlopers, die door hun waterafstotende haren op het water kunnen lopen. Let goed op: eentje heeft een minuscule prooi te pakken!


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.



dinsdag 10 april 2018

Een sperwer op bezoek

Een sperwermannetje, enkele jaren geleden
in onze tuin na een mislukte aanval op een prooi
Als ik thuiskom uit mijn werk, kijk ik routinematig even in de tuin welke vogels er op dat moment zijn. Meestal is dat de gebruikelijke verzameling mezen, tortels, vinken en mussen. Deze keer zat er iets groots en bruins op de pergola dat ik niet 1-2-3 kon thuisbrengen. Het bleek een sperwer te zijn, een prachtig vrouwtje. Zoals bij veel roofvogels is een vrouwtjessperwer minimaal een kwart tot soms wel de helft groter dan het mannetje (dat maar twee keer zo zwaar is als een spreeuw). Ik vroeg me af wat ze daar op de pergola zat te doen, want 'zo maar zitten' doen sperwers niet. Ze verrassen hun prooien vanuit een snelle vlucht, laag bij de grond, plotseling opduikend van achter een heg of met een scherpe bocht de hoek om. Sperwers halen daarbij makkelijk een snelheid van 30-40 km per uur, met tijdelijke versnellingen van 50 km. De meeste prooien zijn kleine vogeltjes en daarmee vliegen ze weg. Dus meer dan een flits vang je meestal niet van ze op. Door hun kleinere omvang kunnen mannetjes alleen kleine vogels aan. Vrouwtjes pakken ook wel tortelduiven en soms nog grotere prooien: een houtduif, kauwtje, spreeuw of zelfs een meerkoet of fazant. Dat is dan wel een flink gevecht, want die zware prooien geven zich niet makkelijk gewonnen. Al met al zijn er zo'n 120 verschillende soorten vogelprooien waargenomen bij sperwers. Hiervoor zijn 10.000 prooien geanalyseerd. 97% bestond uit vogels, maar er zaten ook enkele vleermuizen bij!
Sperwervrouwtje in onze tuin


Ik had al wat filmbeelden van de vogel gemaakt toen ik zag wat ze daar zat te doen: haar prooi bewaken, die onder de pergola in het gras lag. Ze had een torteltje weten te verrassen en aan de poederdonsafdruk op het raam te zien, had ze de duif opgejaagd zodat die tegen de ruit was gevlogen. Wat daarna precies gebeurde is giswerk: misschien was de klap al fataal, of de duif was zo versuft dat de sperwer makkelijk kon toeslaan. In ieder geval waren al veel veren geplukt toen ik de prooi zag. Na een tijdje ging ze verder met eten en zo kreeg ik de kans om mooie filmbeelden te maken van deze roofvogel, die je anders nauwelijks voor de lens krijgt.


Binnenkort gaan de sperwers aan de slag om hun nest te maken, niet al te hoog in een boom, op een flinke tak tegen de stam aan. In mei worden drie tot zes eieren gelegd die ruim een maand bebroed worden. Als de jonkies uitkomen, zijn ook net jonge meesjes uitgevlogen, stapelvoedsel voor de jonge sperwers. Terwijl het vrouwtje voor de kleintjes zorgt, gaat het mannetje op jacht om kroost en moeder te voeden. Vier weken nadat ze uit het ei zijn gekropen verlaten ze het nest. Ze zoeken een eigen territorium, meestal binnen een straal van 20 km van hun geboorteplaats. Afhankelijk van de hoeveelheid voedsel die beschikbaar is, zijn de territoria tussen de 0,5 en 2 km groot. Daarbinnen dulden ze geen concurrentie. Sperwers komen in ons hele land voor, met uitzondering van plekken zonder bomen. Zelfs in de grote steden nestelen ze tegenwoordig.




Bekijk de etende sperwer in onze tuin in onderstaand filmpje. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.




Ik plaats zelden filmpjes van anderen in mijn blog, maar deze keer een uitzondering voor dit BBC-filmpje waarin je ziet wat een geweldige vlieger een sperwer is. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.







vrijdag 6 april 2018

Overspelige heggenmussen

Foto: Frank Vassen, wikimedia
Al in de winter kun je de zang van de heggenmus horen, vaak het eerste moment dat het vogeltje überhaupt opvalt in je tuin. Heggenmussen zijn geen familie van de huis- of ringmus, maar het kleurenpalet van hun veertjes is niet veel anders: grijs met zachtbruin. Het verenpatroon is wel anders, met zwak gestreepte zijkanten en een bruinzwart gestreepte bovenkant. Waar mussen dikke snavels hebben om zaad mee te eten, verraadt het spitse dunne snaveltje van de heggenmus dat we hier te maken hebben met een insecteneter. De afgelopen week zong de heggenmus in mijn tuin volop. Regelmatig zag ik er twee, dus ergens zullen ze binnenkort wel een nestje maken. Grote kans dat het dan niet bij twee heggenmusjes blijft, want vaak mondt zo'n nest uit in een trio. Een paartje laat namelijk vaak een tweede mannetje toe in het territorium. Het dominante mannetje zit daar eigenlijk niet op te wachten, maar het vrouwtje bepaalt dat zo'n tweede (minder dominante) man wel handig is. Hoewel het dominante mannetje dat probeert te verhinderen, paart ze met allebei. Dat paren gebeurt een groot aantal keren, 1-2 keer per uur, gedurende een dag of 10. Voor de paring pikt het mannetje het vrouwtje in de cloaca (het geslachtsorgaan waar ook de eieren en de uitwerpselen uit komen). Dat zorgt er voor dat er eventueel zaad van een voorganger uit haar cloaca komt en dat de kans groter is dat juist hij de vader wordt van het nageslacht. Arend Vermazeren is er in geslaagd dat moment op foto vast te leggen.

Foto: Arend Vermazeren, wikimedia
Maar wat is nu het nut van het tolereren van zo'n tweede mannetje? Allereerst proberen de heggenmussen daarmee te voorkomen dat het tweede mannetje het legsel gaat vernielen om zo zelf met het vrouwtje te kunnen paren. En daarnaast helpt het tweede mannetje een snaveltje bij het verzorgen van de kleintjes die uit het ei kruipen. Overigens kan het dus ook zo zijn dat die twee mannetjes elders nog een liefje hebben, waarbij ze ook voor een deel van de broedzorg opdraaien. Wie dan precies de vader is van welk kleintje, blijft een raadsel.


In mijn filmpje hoor je de heggenmus uitbundig zingen, het klinkt als een 'piepend wieltje'. Verder hoor je de luide trillers van het winterkoninkje, het pompende liedje van de koolmees en het gekwetter van de spreeuw.
E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.



Bloeiende katjes

In mijn blog van 11 maart besprak ik de thermojasjes van de wilgenkatjes. Inmiddels zijn we een paar weken verder en de wilgenkatjes zijn nu gaan bloeien. Je kunt ze zien in onderstaand filmpje, te samen met bloeiende sleedoorn (wit) en gele kornoelje. Het was koud en nat, waardoor er geen insecten zoemden rond deze vroege voedselbron.
E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.








vrijdag 30 maart 2018

Boomkruiper tussen het eerste lentegroen

Ondanks de grillige weersomstandigheden van de afgelopen tijd, zijn er toch al wat sprietjes groen te zien. De meidoorn is een van de eerste struiken die uitloopt en tussen de stekelige takken verschijnen de frisgroene blaadjes. Dicht bij de grond bloeien de eerste bloemen, zoals de gele sterretjes van het speenkruid en stinzenplanten zoals sneeuwklokjes en sterhyacintjes. Een troep koperwieken zat zachtjes te 'babbelen' in de bomen en een specht was driftig op zoek naar iets eetbaars in de schors van een boom. Een gaai had nog een eikel opgediept en liet hem zich goed smaken. Tussen dat alles was een onopvallend vogeltje ook bezig een maaltje te zoeken: een boomkruiper baande zich een weg omhoog langs de stam van een boom. Het beestje heeft een helderwit buikje maar is van boven goed gecamoufleerd met een bruin gemêleerd verenkleed, zodat zijn verschijning wegvalt tegen de schors van de boom. In deze tijd van het jaar verraadt hij zich door zijn roep die omschreven wordt als ’tie tru-ie trie trie’, ik denk dat hij zingt 'dit-is-mijn-boom', waarbij boom er tamelijk hoog uitkomt. Beluister de zang zelf via deze link en bedenk dan je eigen ezelsbruggetje (op de achtergrond van die opname hoor je overigens een vink). Al kruipend zoekt de vogel insectjes in de boomschors. Hiervoor heeft hij korte pootjes en lange nagels voor een goede grip. Hij heeft maar liefst 12 stijve staartveren als hulp bij het klimmen. Vaak zijn de punten wat gerafeld omdat ze slijten op de onregelmatige boomschors. Ook de boomklever loopt over de stam, maar die kan ook naar beneden lopen.
Foto: Andreas Eichler, CC BY-SA 4.0, Wikimedia
Dat lukt de boomkruiper niet, als hij boven is vliegt hij naar beneden, vaak naar een andere boom. Het vogeltje heeft het formaat van een winterkoninkje maar door zijn langgerekte staart en snavel lijkt hij groter. Toch kan hij zich in kleine gaatjes manoeuvreren. In de winter overnacht hij in schorsgaten waarbij hij zich letterlijk in de spleet perst zodat zo min mogelijk warmte verloren gaat. De nestkastjes voor boomkruipers hebben geen rond gat aan de voorzijde maar een spleet aan de zijkant. Een paar jaar geleden hadden boomkruipers een nestje gemaakt onder de houten rand van het dak aan de zijkant van het huis. We zagen ze over de bakstenen kruipen en in de smalle ruimte verdwijnen tussen het hout en de muur. Na een week of drie broeden kwamen de jonkies uit het ei. Ook zij kropen over de muur, waar ze nog een paar weken werden gevoerd door de ouders. Helaas had ik toen nog onvoldoende zoom op mijn camera om dit vast te kunnen leggen. Je kunt boomkruipers overal tegenkomen waar bomen staan, zelfs langs de Amsterdamse grachten. Deze standvogels zijn het hele jaar te zien. Het is wel een kwestie van goed opletten. Je ziet de boomkruiper in mijn filmpje vanaf 1 minuut 59.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.


Eerste kievitsei 2018



Het eerste kievitsei is dit jaar gevonden op 14 maart in de Alblasserwaard (Zuid-Holland). Vorig jaar was dat 5 dagen eerder. Er broeden zo'n 200.000 paren kieviten in ons land.

Meer weten over vogeleieren? Op deze Duitstalige site kun je op de eitjes klikken om de bijbehorende vogel te achterhalen (met foto van de betreffende vogel), zoals je hieronder kunt zien.



Fijne paasdagen!


vrijdag 23 maart 2018

Drieteenstrandlopers: ren je rot!

Kleine vogeltjes kunnen je versteld doen staan over hun prestaties. In januari schreef ik over steenlopers, die duizenden kilometers vliegen van en naar hun broedgebied. Ook drieteenstrandlopers leggen enorme afstanden af. Door min of meer toevallige waarnemingen van een geringde vogel, bleek zo'n klein wit bolletje in vijf dagen 6000 km te hebben gevlogen. Op 11 augustus was hij gefotografeerd in Zuid-Noorwegen en op 16 augustus las een Ghanese bioloog dezelfde ringcode af op het strand van Ghana. Om Ghana zo snel te bereiken was het drieteentje de Sahara recht overgestoken. Maar qua afstand is dit nog maar een relatief klein stukje, vergeleken met de drieteenstrandloper die werd gezien in zowel Groenland als Namibië (in zuidelijk Afrika). Dat is een vlucht van 10.000 kilometer. Zulke afstanden kunnen ze alleen afleggen als ze voldoende vet hebben om onderweg te verbranden. Ze verdubbelen daarom hun gewicht voordat ze op reis gaan en wegen dan rond de 100 gram. Daarvoor moeten ze heel wat kleine hapjes verschalken die ze op de rand van land en water uit het zand proberen te pikken. Ze volgen daarbij het water van de aanrollende en wegtrekkende golven. Op Terschelling worden de beestjes heel toepasselijk 'schoemrakkers' (schuimrakkers) genoemd.
In hun noordelijke broedgebied zien de drieteentjes er wat
kleurrijker uit en past hun wetenschappelijke naam 'alba'
(wit) er niet zo goed bij.
Foto: dfaulder, wikimedia
Niet alle drieteentjes vliegen zo ver om te overwinteren, sommigen blijven aan onze kust hangen zodat wij die grappige beestjes van het najaar tot juni kunnen zien. Het is een afweging voor de vogel: gaan ze op een lange, vermoeiende tocht vol gevaren zoals stormen, naar oorden waar warm blijven weinig energie kost? Of blijven ze in koudere gebieden tijdens de arctische winter? Ze hoeven dan minder ver te reizen en lopen minder risico, maar ze moeten flink aan de bak om voldoende voedsel te verzamelen om warm te blijven. De vogeltjes in mijn filmpje hebben deze laatste optie gekozen. Ze leggen dan wel geen 10.000 km af naar hun winterkwartier maar intussen rennen ze zich rot op ons Noordzeestrand. Ze pikken met hun snaveltjes tot 2,5 centimeter diep in het zand op zoek naar kleine wormpjes, slakjes en garnaaltjes. Ze vinden het echter makkelijker om het water dit werk te laten doen en pikken in het schuim van de golven naar opgewoelde diertjes. Om zelf niet meegespoeld te worden moeten ze echter wel op tijd wegwezen. En rennen kost dan blijkbaar minder energie dan vliegen. Dus uiteindelijk leggen ze flink wat kilometers af, maar niet in de lucht.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.

Waarom heten ze drieteenstrandlopers? Omdat ze maar drie tenen hebben :). Dus de vraag is eigenlijk: waarom hebben ze maar drie tenen? Bij de meeste vogels wijzen drie tenen naar voren en eentje naar achteren. Vooral voor vogels die op takken zitten is die achterste teen van belang om zich goed vast te kunnen houden aan de tak. Bij vogels die grotendeels op de grond leven, is zo'n achterste teen maar lastig, dus bij deze soorten is de achterste teen in de loop der tijd veel kleiner geworden of helemaal verdwenen.

vrijdag 16 maart 2018

Intelligente kauwtjes


Qua kleur zijn het niet de meest aaibare vogels, de donkergrijs gekleurde kauwtjes met hun priemende lichte grijs/blauwe ogen. In de stad zijn ze in grote, luidruchtige groepen aanwezig en op de voedertafel werken ze snel grote hoeveelheden voedsel naar binnen. Maar nadere bestudering van het leven van deze vogels maakt dat ik inmiddels toch wat genuanceerder naar deze beestjes kijk. In vergelijking met andere dieren houden ze er een hoog ontwikkeld sociaal leven op na, ze hebben een groot leervermogen en een eigen taal.


Met zijn tweeën in de groep
Kauwen leven in groepen met een duidelijke 'pikorde'. De hoger geplaatste kauwen nemen de leiding en geven aan of er gevaar dreigt. Bij ernstige ruzies tussen lager geplaatste kauwtjes grijpen ze in, waarbij de zwakkere partij beschermd wordt. De sociale orde verandert niet snel en wordt door de groep geaccepteerd. Kauwtjes gaan een paarband aan voor het leven en zijn elkaar zeer trouw, ook bij ziekte en ouderdom. Ze leven in paren binnen de groep en beschermen elkaar. Het lijkt alsof ze eeuwig verliefd zijn, want elk jaar baltsen ze met elkaar om hun band te bevestigen, maar ook tussentijds zijn ze niet van elkaar weg te slaan en wordt er regelmatig aan de halsveren gekrauwd. Wanneer een vrouwtje een duo gaat vormen met een hoger geplaatst mannetje, neemt zij ook deze hogere rang aan. Bij het overlijden van haar partner, zal ze niet 'beneden haar stand trouwen' maar een mannetje met een gelijke of hogere rang zoeken.


Leren van ouderen
Jonge dieren hebben naast hun instinct het vermogen om te leren van ervaren kauwtjes. Als er een dier of mens verschijnt, zal het oudere mannetje binnen de groep inschatten of er sprake is van gevaar. De jonkies letten op de reactie van het oudere mannetje en prenten zich in: bij dit dier loop ik gevaar, of: ik kan rustig doorgaan waar ik mee bezig ben want dit is geen bedreiging. Neem daarom nooit een gevonden jonge kauw in huis, want deze mist dan een belangrijk deel van deze scholing. Omdat ze niet leren welke andere dieren een gevaar vormen, worden ze later sneller slachtoffer.
Kauwen broeden in holen, zoals boomholten en konijnenholen. In de stad gebruiken ze kerktorens, luchtkokers en schoorstenen. Maar de vogels zijn ongelooflijk flexibel, dus zijn er ook nesten gevonden in molens, klimop, ruïnes, onder bruggen, in eendenkorven, de Limburgse mergelgrotten en ook in nestkasten. Op Texel waren we eens op pad met de boswachter die tot onze verbazing zo'n klein kauwtje opdiepte uit een konijnenhol. Dat is natuurlijk alleen aan de boswachter voorbehouden ("don't try this at home :)"). Zo'n hol wordt van binnen gestoffeerd met lekker zachte materialen. Per jaar is er maar één legsel.


Praten met elkaar of tegen de vijand
Net als spreeuwen kunnen de kauwtjes heel goed geluiden imiteren, waarbij ze zelfs menselijke woorden kunnen nadoen. Ze verjagen meeuwen door het geluid van een vijand (bijv. een roofvogel) na te doen. Of laten het alarm van een roofvogel horen als er iets lekkers te eten valt, waardoor een vogel het eten voor zichzelf heeft. Volgens onderzoekers hebben de kauwen 41 basisgeluiden. Een geluid dat klinkt als 'kjouw, kjouw' heb je waarschijnlijk (onbewust) wel eens gehoord als een groep kauwtjes zich opmaakte voor vertrek: het betekent: wij vliegen weg/terug.


In onderstaand filmpje zie je een aantal kauwtjes in de boerderijtuinen van Koudekerk a/d Rijn, die in deze tijd een ware sneeuwklokjesboulevard vormen.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar het filmpje te gaan. Ook lezers van dit blog die graag het filmpje in HD willen bekijken kunnen deze link gebruiken om rechtstreeks naar YouTube te gaan. Stel via het wieltje in op 1080HD.



zondag 11 maart 2018

De thermojasjes van de wilg

Net voor de afgelopen vorstperiode maakte ik dit zwart/witfilmpje waarin de eerste lentesignalen zichtbaar zijn. Het zijn subtiele veranderingen voor de opmerkzame kijker. De vogels zijn paartjes aan het vormen en zitten elkaar achterna: mannetjes proberen vrouwtjes te verleiden en rivalen te verjagen. De kokmeeuwen krijgen hun kenmerkende donkere kop; door het afslijten van de witte veerpunten komt de donkere kleur langzaam te voorschijn. Veel vogels zijn al in broedkleed, wat tot uiting komt in fellere kleuren zoals bij de fuut of extra (mooie) veren zoals bij de blauwe reiger. Voorzichtig komen de eerste wilgenkatjes te voorschijn, nog even gehuld in een dik thermojasje. De glanzende zilveren haren bedekken de bloemetjes om ze tegen de kou te beschermen. Als de knoppen opengaan liggen de katjes, veilig beschermd, tegen de takken aan. De haartjes worden langer en dikker en zijn gevuld met lucht. Daarom zien ze er wit uit, net als bijvoorbeeld de haren van de ijsbeer. Als de dagen warmer worden richten de katjes zich op en de meeldraden of stampers krijgen de ruimte om bijen aan te trekken.


Het zilverige haar verkleurt naar grijs als de bloempjes, wel zo'n honderd per katje, zich openen. Met verleidelijke nectar lokken de bloempjes hun bestuivers. Het zaad dat zich uiteindelijk vormt is echter maar korte tijd kiemkrachtig. De meeste wilgen vermeerderen zich doordat takken wortel schieten. Je kunt een afgesnoeide wilgentak dan ook zo in de grond steken om een nieuwe wilg te kweken. Er zijn wereldwijd honderden soorten wilgen, in Nederland is dat beperkt tot een stuk of 20 soorten (inclusief soorten uit andere werelddelen die de mens hier geïntroduceerd heeft, zoals de treurwilg en de kronkelwilg). De schietwilg is een van de soorten die inheems is. Aangezien die pas in april bloeit zijn de katjes niet wit behaard. Een thermojasje is dan door de hogere temperaturen niet meer nodig.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.