zaterdag 21 oktober 2017

De schoenveters van de honingzwam

Links schubbige bundelzwam, rechts honingzwam
Zwammen vermeerderen zich door te gaan 'bloeien' met paddenstoelen en zo hun sporen te verspreiden. Honingzwammen hebben echter nog een andere manier om zich te verspreiden, namelijk via rhizomorfen. Dit zijn bundels draden van de zwamvlok die met een zwart melaninelaagje zijn omhuld. Het pigment melanine beschermt ze tegen inwerking van zuren. Omdat die zwarte draden wel iets hebben van schoenveters, spreekt men in het Engels wel van een shoestring fungus (schoenveterzwam). Die rhizomorfen kunnen groeihormonen van beschadigde boomwortels op een afstand ontdekken en groeien er dan naar toe. Dat gaat met een snelheid van een meter per jaar. Ze dringen tussen de bast en het kernhout van de stam in het zogenaamde cambium. Dit is het levende weefsel van de boom waardoor het transport van water en voedingstoffen plaatsvindt. Hier breidt de zwam zich langzaam uit en doodt het levende weefsel. De boom redt het dan niet. Achter de schors van zo'n dode boom kun je het uitgebreide netwerk van rhizomorfen nog zien, zoals in het filmpje dat ik maakte op landgoed Huys te Warmont, dat bekend staat om de vele paddenstoelen die er te vinden zijn. Levende rhizomorfen lichten trouwens op in het donker. Tijdens de Eerste Wereldoorlog droegen soldaten stukjes hout met rhizomorfen op hun helm, zodat ze in het donker niet tegen elkaar liepen. Tenslotte helpen rhizomorfen om de zwamvlok zo groot mogelijk te maken. Een Sombere honingzwam die in de Amerikaanse staat Oregon groeit, is naar schatting 2400 jaar oud en heeft een ondergronds mycelium (zwamvlok) met een omvang van 890 hectare. Dat maakt deze schimmel het grootste levende wezen ter wereld.


dinsdag 17 oktober 2017

Populieren en abelen

Hoe en waarom de boombladeren in de herfst verkleuren heb ik vorig jaar al eens uitgelegd in mijn blogje 'kleur bekennen'. Dit jaar filmde ik de verkleurende bomen in Limburg, waar witte abelen en Canadese populieren mij inspireerden tot het thema zilver en goud. Abelen hebben we in twee soorten: de grauwe en de witte. De witte abeel is niet inheems maar komt uit Midden en Zuid-Europa. Hij is in Nederland echter veel aangeplant in openbaar groen en zaait zich makkelijk uit, waardoor je hem op veel plaatsen tegenkomt. De bladeren zijn groen van boven, de onderkant is wit en viltig en ook de jonge twijgen zijn wit behaard. Zo komt deze boom aan zijn naam. De haartjes op de bladeren beschermen de huidmondjes (waardoor de boom 'ademt') tegen verstopping door stof en rookdeeltjes. Deze boom doet het daarom ook prima in de stad en langs wegen. Het blad van de grauwe abeel is veel ronder dan dat van de witte abeel (die je in de film ziet). Mede hierdoor twijfelen deskundigen of het een aparte soort is, of dat het een kruising is tussen de witte abeel en de ratelpopulier. Die laatste heeft een vergelijkbare bladvorm, maar het blad is helder glanzend en niet behaard. De haartjes van de grauwe abeel zijn minder licht dan die van de witte abeel (eerder grijzig, vandaar de naam 'grauw'). Veel van de in ons land voorkomende populieren zijn een kruising tussen de zwarte populier en de Amerikaanse populier. Deze Euro-Amerikaanse variant wordt in de volksmond meestal Canadese populier genoemd. De bladeren hebben een ruitachtge hartvorm. De stevige stammen buigen niet snel in de wind, vandaar dat je populieren ook vaak langs wegen tegenkomt waar ze als windsingel fungeren. Je herkent ook vast het geritsel van de blaadjes van populieren en abelen. Dat komt omdat ze een afgeplatte en buigzame bladsteel hebben, waardoor ze makkelijk in de rondte zwiepen en tegen elkaar botsen. Om die reden worden ze wel eens 'vrouwentongen' genoemd: ze staan nooit stil :).



maandag 9 oktober 2017

De bruidsgift van de struiksprinkhaan

Sommige insecten en vogels bieden hun potentiële partner een bruidsgift aan. Zo brengen visdiefjes een glinsterend visje mee om het vrouwtje te verleiden. In sommige gevallen is het niet alleen een lekker hapje, maar heeft de aanstaande vader nog een doel: de kwaliteit of kwantiteit van het nageslacht beïnvloeden. Sabelsprinkhaanmannen brengen een zogenaamde spermatofoor (spermapakketje) over op het vrouwtje. Dat bestaat uit een ampul met sperma en de spermatofylax, een geleiachtige massa die rijk is aan eiwit. Als het mannetje dit pakket bij de legboor van het vrouwtje heeft afgezet, steekt ze haar kop tussen de poten en eet ze de spermatofylax op. Terwijl ze aan het eten is, vindt de bevruchting plaats. Wanneer het mannetje royaal is met zijn bruidsgift, zal het vrouwtje langer bezig zijn met eten en worden er meer eitjes bevrucht. Het opeten van de spermatofylax kan wel drie kwartier duren. Als die op is, eet het vrouwtje de, inmiddels lege, ampul op. Als ze niks anders te eten heeft, begint ze daar te snel aan en gaat kostbare sperma verloren. Maar het verhaal heeft nog een vervolg. Sabelsprinkhaanmannetjes zijn vrij berekenend bij het produceren van die bruidsgiften. Als er veel vrouwtjes zijn, maken de mannetjes een 'geschenk' dat net groot genoeg is om het sperma succesvol over te brengen. Zo kunnen ze veel vrouwtjes bevruchten in relatief korte tijd met minder energie. Zijn de vrouwtjes schaars, dan wordt alles op alles gezet om die vrouwtjes te bevruchten en kunnen de pakketjes wel twee keer zo groot zijn. Op de braam in onze voortuin zag ik een struiksprinkhaan, die ook tot de familie van de sabelsprinkhanen behoort. Het was een vrouwtje, te herkennen aan de sikkelvormige legboor (nog net te zien op onderstaande foto) en de piepkleine vleugels.  
 
 

Natte tijden

Bron: KNMI
In ons land valt gemiddeld zo'n 800 mm neerslag (vooral regen) en volgens het KNMI valt die min of meer gelijkmatig verspreid over het jaar. Wel is het zo dat het aan de kust in het voorjaar droger is door de invloed van het koele zeewater. In het najaar is het omgekeerde het geval. In de zomer komen er in het (warmere) binnenland meer buien tot ontwikkeling. In de zomer en het najaar valt ook meer neerslag (lichtblauwe balken) in kortere tijd (donkerblauwe balken). Afgelopen september en de eerste week van oktober is er veel meer regen gevallen dan normaal, zoals onderstaande grafiekjes van het KNMI laten zien. In september regende het bijna 25 uur langer dan gemiddeld en viel er 40 mm meer regen ten opzichte van andere jaren. In de eerste week van oktober kregen we 49 mm te verstouwen van de 83 mm die er normaal in deze maand valt. Al met al was het een nat en donker weekend. Ik heb toch een beetje gefilmd, vanuit een grote schuilhut die woonkamer heet. Tortelduifjes en koolmezen trokken zich weinig aan van de regen, ze poetsten hun veren en vlogen af en aan naar het voerderhuisje met zonnebloempitten. Bekijk het resultaat in onderstaand filmpje.
Bron: KNMI

Bron: KNMI




dinsdag 3 oktober 2017

Egel: dubbele verdediging en toch weerloos

1700-1880 - Print - Iconographia Zoologica,
Special Collections University of Amsterdam
Tijdens het filmen van herfstkleuren in een stadspark, stuitte ik op een jong egeltje. Het beestje was niet verschrikt of bang en ging rustig door met voedsel zoeken. Hij (of zij) verdween in de bosjes en daar kon ik hem met de camera behoorlijk dicht naderen, zoals je in het filmpje kunt zien. Egels hebben meer dan 6000 stekels (sommige bronnen spreken zelfs van 8000 stekels) en kunnen zich tot een stekelbol oprollen om aanvallers af te weren. Maar dat blijkt niet de enige verdediging te zijn. Een onderzoek heeft aangetoond dat egels paddengif gebruiken om hun stekelige aanval extra kracht bij te zetten. Egels bijten padden en kauwen op de met gif gevulde klieren uit de kop van padden. In hun bek ontstaat dan schuim, een mengsel van paddengif en egelspeeksel. Met hun tong smeren ze dat goedje over hun stekels. De egels kunnen de padden, ontdaan van het potentieel dodelijke gif, daarna gewoon opeten. Proeven op vrijwilligers hebben aangetoond dat een prik van een met gif ingesmeerde stekel aanzienlijk meer last oplevert (pijn en een branderig gevoel) dan aanraking met een 'gewone' stekel. De pijn hield wel een uur aan. En toen ze een week later het experiment herhaalden bleken de eerder ingesmeerde stekels nog steeds hetzelfde effect te hebben. Een langwerkende verdediging dus. Zo'n verdediging mag dan tegen biologische vijanden effect hebben, tegen autobanden werkt het helaas niet.
Twee dagen na het filmen van het kleine egeltje, lag er op straat bij het park een grotere egel die verkeersslachtoffer was geworden. Dat lot treft, volgens de zoogdiervereniging, jaarlijks tussen de 100.000 en 300.000 egels. Hopelijk gebeurt dat niet met 'mijn' kleine egeltje en kan hij deze maand flink opvetten om aan zijn winterslaap te beginnen. Meer informatie over de egel vind je op de site van de zoogdiervereniging. Zij vragen ook om alle egelwaarnemingen (dood of levend) door te geven. Waar je dat kunt doen, kun je ook op bovengenoemde site vinden.




Paddenstoel in de Champions League




Een paddenstoel is het vruchtlichaam van een schimmel, het deel dat paddenstoel wordt genoemd is het bovengrondse en meest zichtbare deel. Het geheel, de wortels en het bovengrondse deel, wordt zwam genoemd. Het vruchtlichaam (paddenstoel) is belangrijk voor de zwam omdat deze zorgt voor voortplanting met sporen, die meestal door de wind worden verspreid. Reuzenbovisten spelen wat dat betreft in de Champions League. Deze paddenstoelen bereiken makkelijk de omvang van een voetbal of meer – tot wel 80 centimeter doorsnede. De Latijnse naam verwijst naar het enorme formaat: Calvatia gigantea. In Canada werd vorig jaar een reuzenbovist gevonden van meer dan 20 kilo!

Omdat de sporen in de bal zitten is dit een zogenaamde buikzwam. Als de sporen rijp zijn is de witte bal verdroogd tot een bruin en licht geval, dat door de wind makkelijk ‘aan de rol’ gebracht wordt. Zo worden miljarden sporen verspreid uit het sponsachtige binnenste. Voor het zover is, heeft de baldadige jeugd er al vaak ‘een balletje mee getrapt’, want de bovisten zitten maar met enkele myceliumdraadjes aan de grond vast. Naast exemplaren waar toekomstige Messi’s mee geoefend hadden vonden ook nog wat complete(re) exemplaren, waar alleen de slakken een beetje van gegeten hadden. In jonge (witte vorm) is de paddenstoel in principe eetbaar, maar omdat deze makkelijk zware metalen opslaat in het vruchtlichaam is dat niet aan te raden. En de sporen zijn zo minuscuul dat ze zich makkelijk in de longen opstapelen. Dus ga niet voetballen met een bruin exemplaar....


zaterdag 30 september 2017

Steeds meer krakeenden

Foto van Wikimedia


Zo'n vijftien jaar geleden waren we ergens in Zuid-Holland op pad. In een slootje tussen de weilanden zagen we ver weg een paartje krakeenden. Wauw: eerste waarneming! De kleine en schuwe eendjes schoven gauw tussen de oeverbegroeiing. Het was te laat om de telescoop op te zetten. Jammer, want krakeendjes zien er misschien wat egaal bruinig uit, maar als je de details van het verenkleed bekijkt zie je dat ze een heel subtiel patroon hebben. De mannetjes hebben een zwart achterlijf met daarboven een witte 'spiegel' (vlek), die trouwens op bovenstaande foto verborgen is onder andere veren. Aan de vrouwtjes kun je goed zien dat ze nauw verwant zijn aan de wilde eend. De afgelopen jaren zag ik de krakeendjes steeds vaker. Ze rukten op naar het stedelijk gebied en werden minder schuw. Grappig genoeg schijnen ze voorkeur te hebben of krijgen voor water waar mensen 'iets' aan hebben veranderd, bijvoorbeeld als er een dam of talud is gebouwd. Mogelijk vinden ze daar algen en wieren op. Ze houden van langzaam stromend zoet water en een goed begroeide oever. Nu zijn ze al een paar jaar ingeburgerd langs de Kromme Aar, een veenriviertje dat aan deze eisen voldoet. Het aantal Nederlandse broedparen wordt geschat op 15.000-20.000. In de trektijd kunnen er meer dan 75.000 krakeendjes passeren. De grootste trefkans heb je in de West-Nederlandse polders. Maar ook bijvoorbeeld in het Haringvliet waar meer dan 10.000 krakeenden verblijven. Het hoeven echter niet altijd grote aantallen te zijn voor een mooie waarneming. Op een prachtige septemberochtend piepte de zon achter de nevel vandaan en belichtte een paartje krakeenden, die ook nog eens weerspiegelden in het water. Bekijk ze in dit filmpje.



dinsdag 26 september 2017

Pionierende libellen

Je zag ze de afgelopen weken regelmatig opduiken in mijn (tuin)filmpjes, en hopelijk zelf ook in de natuur: heidelibellen. Van de heidelibellen zijn er verschillende soorten: de bloedrode (te herkennen aan de volledig zwarte poten), de steenrode (te herkennen aan de hangsnor: een zwarte lijn die langs de neus omlaag loopt) en de bruinrode, die de hangsnor mist en waarbij de legschede op het achterlijf minder verticaal naar beneden loopt dan bij de steenrode. Beide laatstgenoemde soorten hebben gele strepen op de zwarte poten. Afijn, een heel gedoe om ze uit elkaar te houden, want dat 'rode' uit hun naam is bij jonge exemplaren en vrouwtjes niet van toepassing. Afgelopen weekend was het zonnig weer en tijdens een struinrondje door de Amsterdamse Waterleidingduinen kwam ik de bruinrode heidelibellen weer volop tegen. Ze waren bezig met het zorgen voor nageslacht. In tandem of paringswiel zoefden ze door de lucht. Om de bevruchte eitjes vervolgens af te zetten moet de legschede contact maken met water. Bij deze actie houdt het mannetje het vrouwtje stevig vast. Is het liefde? Bescherming? Het is waarschijnlijk vooral controle, om te voorkomen dat ze stiekem met een concurrent paart. Mannetjes hebben namelijk een speciale borstel waarmee ze eventuele sperma van hun voorganger uit het lijf van het vrouwtje verwijderen. Dus als het vrouwtje bezwijkt voor de verleiding van een ander mannetje is er voor de eerdere kandidaat weinig kans op nageslacht. De bruinrode heidelibel is de eerste die pas gegraven poelen koloniseert. Kleine ondiepe en later opdrogende poelen zijn heel belangrijk voor hun voortplanting. Dat is precies waar ik de bruinrode heidelibellen hun eitjes zag afzetten. Soms tussen wat plantjes en soms ook in het ondiepe open water. Het poeltje was populair, meerdere stelletjes vlogen er rond. Twaalf mannetjes per 100 meter is zo'n beetje het maximale aantal binnen een territorium. De eitjes overwinteren en als het water in de lente opwarmt komen ze binnen drie tot zes weken uit (afhankelijk van de temperatuur). Inmiddels hebben de muggen hun eitjes ook in dergelijke poeltjes gelegd en de daaruit gekomen larven dienen als voedsel voor de libellen. Vanaf juli zijn de meeste volwassen exemplaren dan te bewonderen, die maximaal vier maanden rondvliegen.
Het afzetten van de eitjes gebeurt in een razend tempo en ze zijn er maximaal een kwartier mee bezig. Ik probeerde het in slow motion te filmen. Toen ik het statief installeerde vlogen ze een eindje verderop maar langzaam kwamen ze weer naar me toe. Ze waren net op een mooie afstand toen een vader met twee zoontjes passeerde. 'Mogen we in het water springen?, vroeg de grootste van de twee. Oei, daar ging mijn geduldig opgebouwde 'setting'. "Nee", zei de vader resoluut, ik heb geen reservekleren bij me...' Pffff, gered. De jongen probeerde nog met een stok in het water te roeren, maar de vader trok hem weg: '....en bovendien staat die mevrouw te fotograferen'. Vele pogingen verder had ik enkele bruikbare opnamen, die je kunt zien in dit filmpje samen met andere waarnemingen langs het Noordoosterkanaal.



vrijdag 22 september 2017

Spreeuwen aan het lijntje

Spreeuwen hebben bij mij een streepje voor: een prachtig verenpak, een tikje brutaal en afwisselende zang. Ik kan er niet genoeg van krijgen. Dat hoeft ook niet,want soms verschijnen ze bij duizenden in dansende wolken. In de herfst is het aantal spreeuwen in ons land het grootst. Allereerst zijn er natuurlijk alle jonge spreeuwen bij gekomen, het resultaat van vele spreeuwennestjes. Deze spreeuwen zijn nu in de overgang van het grijsbruine verenkleed naar het gestippelde zwarte pak. De koppen zijn nog egaal gekleurd uit hun jeugdtenue. Ook stromen spreeuwen uit andere landen toe. Vogels die gebroed hebben in de Alpen (waar nu weinig meer te eten valt) weten dat er in Nederland in deze tijd veel fruit te vinden is. Ze komen graag naar deze gedekte tafel. Ook spreeuwen die gebroed hebben in het noorden en oosten van Europa: Scandinavië, Rusland, de Baltische Staten en Polen stromen toe. Geschat wordt dat er rond deze tijd zo'n twee miljoen spreeuwen in ons land vertoeven (in de jaren zeventig waren dat er trouwens nog zo'n 10 miljoen). Een deel trekt verder naar Engeland. Daar overwinteren ook veel spreeuwen die de zomer in Nederland hebben doorgebracht. Feitelijk schuiven alle spreeuwen een stukje op voor de winter. Grappig genoeg is het dan wel 'soort zoekt soort', want de Limburgse en Brabantse spreeuwen verkiezen de Britse zuidkust. De spreeuwen van onze Waddeneilanden trekken naar de Engelse Midlands en Noorse spreeuwen zitten 's winters in Schotland. Tijdens een wandeling in het Zaans Rietveld, een plas/drasgebied aan de rand van Alphen aan den Rijn zagen we duizenden spreeuwen die een plekje zochten op de bovenleidingen van de trein. Elke 10 minuten kwam er een trein langs en moesten de spreeuwen plaats maken. Telkens keerden ze terug en begon het gevecht om een plaatsje op de bovenste draad opnieuw. Zelfs de aanwezigheid van een torenvalkje kon hun niet deren; ze waren immers met zovelen...We liepen er in het staartje van een fikse regenbui, in het filmpje kun je daarom niet alleen genieten van het spreeuwenschouwspel, maar ook van de prachtige wolkenluchten.




Enkele jaren geleden brachten spreeuwen de nacht door in de rietvelden bij Leimuiden. Daar filmde ik toen vlak voor de nacht viel. Groepjes spreeuwen komen uit alle richtingen om hier samen te zwermen en te slapen; de zogenaamde slaaptrek. De grootste zwermen zijn waargenomen boven Rome waar 5 miljoen spreeuwen samenkwamen. Bij een meer in Tunesië werden ooit zelfs tegen de 10 miljoen spreeuwen per avond gezien. 's Avonds zag het er zwart van de spreeuwen en overdag wit van de spreeuwenpoep :).

donderdag 14 september 2017

Kleur en Zwart Wit



Kleur heeft in de natuur een speciale functie: partners herkennen elkaar aan kleur en mannetjes laten met stralende kleuren zien dat zij fit genoeg zijn om voor prima nageslacht te zorgen. Sommige dieren gebruiken (schut)kleur om niet op te vallen of om zich anders voor te doen dan ze zijn: ze bootsen de kleuren en vormen na van gevaarlijke of giftige dieren in de hoop dat ze door roofdieren dan overgeslagen worden. Planten gebruiken kleur om bestuivers te lokken. De manier waarop mensen en dieren kleuren en vormen zien is echter niet hetzelfde. Van sommige dieren, bijvoorbeeld een aantal zoogdieren, wordt aangenomen dat ze alleen zwart/wit en grijstinten zien. Vogels kunnen kleuren goed onderscheiden (vooral het rood van de bessen die ze graag eten), maar zien vormen weer totaal anders dan wij. Hun hersenen werken op een andere manier. Philip Howse van de Southampton University heeft dit soort zaken zijn leven lang bestudeerd. Het lijkt erop dat vogels veel schematischer en fragmentarischer naar de wereld kijken dan mensen. Zij zien kenmerkende details maar hebben moeite met het totaalplaatje. Dat verklaart waarom vogels door eenvoudige details of kleurvlekken kunnen worden misleid. Wanneer we de kleine vos niet als totaalvlinder bekijken maar als losse fragmenten, dan kun je zien dat ze vogels in de war kunnen brengen met delen van hun lichaam: die lijken op andere dieren waar de vogel niet zo happig op is. Bekijk onderstaande foto maar eens.




In het kader van dit thema deze keer twee filmpjes: een met uitbundige kleuren, gefilmd in mijn tuin. En eentje in zwart wit, gefilmd bij de Kromme Aar in Alphen aan den Rijn. (Email-abonnees kunnen op de links klikken om de filmpjes te zien).