maandag 19 februari 2018

Spreeuwendans

Eens in de zoveel jaar worden we hier in Alphen aan den Rijn getrakteerd op een heel mooi natuurspektakel: spreeuwen zwermen voor ze gaan slapen met tienduizenden door de lucht in een telkens veranderende dans. Ze ballen samen en zwermen uit, vormen aparte groepen en komen weer samen, het is een weergaloos schouwspel. In de stad zag ik het 7 jaar geleden voor het laatst, 3 jaar geleden zwermden ze boven de rietvelden in Leimuiden. Nu sta ik 's avonds op een parkeerplaats op een industrieterrein om de spreeuwen te bekijken. Behalve mooi is het ook intrigerend: waarom doen de vogels dit en vooral: hoe vliegen ze samen zonder te botsen? Waarom dieren iets doen is altijd een raadsel, aangezien ze het ons niet kunnen vertellen. We kunnen hoogstens gissen: doen ze het om hun sociale band te versterken, wisselen ze informatie over voedselplekken uit, willen ze roofvogels van de wijs brengen door in grote aantallen dicht bij elkaar te vliegen? Allemaal theorieën die we niet met zekerheid kunnen aanvaarden.
Dr. Charlotte Hemelrijk heeft veel onderzoek gedaan naar het vlieggedrag van spreeuwen in een zwerm. Er is enige gelijkenis met scholen vis, maar er zijn ook verschillen. Visscholen zijn altijd langwerpig en komen tot stand door zelforganisatie. De vissen zwemmen achter elkaar aan, en wanneer er eentje afremt om een botsing te voorkomen duikt een andere vis is het ontstane gat. Als de buitenste vissen versnellen om een bocht te nemen, vertragen de vissen aan de binnenkant. De scholen behouden zo hun langwerpige vorm. Bij de spreeuwen zit het anders, zoals je in het filmpje kunt zien, neemt de zwerm allerlei vormen aan zoals een bol, trechter, ovaal etc. En dat kan binnen een paar seconden veranderen.
Dr. Hemelrijk ontwikkelde, samen met een programmeur, een computermodel. Zo vonden ze uit dat de spreeuwen met een constante snelheid van 36 km per uur vliegen en ze bewegen dezelfde kant op om botsingen te vermijden. Ondanks de snelheid kunnen ze zonder problemen bochten van 90 graden maken. Ze houden daarbij zeven tot acht vogels in hun onmiddellijke omgeving in de gaten en vliegen elkaar achterna. Dus al die minigroepjes samen zorgen dat het grote geheel beweegt alsof ze het allemaal zo met elkaar hebben afgesproken.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.



zaterdag 10 februari 2018

Er hangt iets in de lucht....

De maanden december en januari zijn donker en stil in de natuur. Begin februari verandert er iets. De dagen zijn al merkbaar langer. Er zijn subtiele signalen dat de hormonen weer beginnen te stromen. Als ik wakker word, al is het nog donker, hoor ik de wat schorre zang van de zanglijster door het open raam. Een paar dagen later hoor ik het 'piepende wieltje', zoals de zang van de heggenmus wel wordt genoemd. Ik zie nu ineens twéé heggenmussen in mijn tuin, die elkaar achterna zitten. Een mannetjeshuismus fladdert met zijn vleugels en probeert luid tjilpend een vrouwtje te verleiden. En op sommige dagen tinkelt het zilveren belletje van de pimpelmees. Op een zonnige middag trek ik er op uit. Het heeft vannacht flink gevroren. De wilde eenden zie ik in paren en niet meer in groepjes. De mannetjes zijn in prachtkleed, hun groene kop is fel van kleur en helder glanzend. De krakeenden baltsen nog en verschillende mannetjes verzamelen zich rond een vrouwtje in de hoop haar gunst te winnen.
Hazelaarkatjes zijn er altijd wel vroeg bij, deze winter bloeiden de eerste al voor de kerst. Nu bungelen ze als een gouden belofte in de wind. Het is even zoeken naar de piepkleine roze vrouwelijke bloempjes, maar die zijn zeker ook het bekijken waard. Ik hoor de eerste spechtenroffel. Maar natuurlijk verstopt die grote bonte specht zich weer aan de andere kant van de boom zodat ik hem niet kan zien. Ergens verderop klinkt een tweede roffel. Ja, ondanks de lage temperatuur hangt er echt voorjaar in de lucht.




Het winterlicht is prachtig en laat de eerste blaadjes van de vlier opgloeien tussen het grijze hout. Als een van de weinige soorten (misschien wel de enige) heeft deze struik geen beschermend hoesje om zijn knoppen. De hele winter steken de kleine blaadjes een beetje uit. Als het erg koud wordt, maakt de struik extra suikers aan in de blaadjes, als een soort antivries. Het groen kleurt dan paars door de anthocyanen in het blad. Even verderop grazen Galloway koeien. Ze hebben gezelschap van eksters en wel drie of vier blauwe reigers. Geduldig wachten de reigers op regenwormen die naar boven komen door het gestamp van de koeien. En misschien schrikt er ook een muis op door al dat gegraas. Dat vinden reigers ook een lekker hapje. Er zullen best nog winterse dagen komen, maar de lente ligt echt in het verschiet.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.

maandag 5 februari 2018

Wabi Sabi

Een blogje start meestal met een paar uurtjes struinen in de natuur. Afhankelijk van wat ik tegenkom en kan filmen, bedenk ik het thema voor de tekst. Afgelopen week viel mijn vrije middag samen met de enige zonnige dag van de week. In de Amsterdamse Waterleidingduinen was het rustig, een typische winterdag: kale bomen, bijna geen geluid en de mossen en korstmossen waren volgepompt met het regenwater dat de afgelopen tijd rijkelijk heeft gevloeid. Toen ik naar huis reed bedacht ik dat ik in mijn blog wat zou kunnen schrijven over de merkwaardige samenwerking van algen en schimmels, die samen een korstmos vormen. Of over dat mos met die witte steeltjes en gespleten sporendoosjes in de vorm van sterretjes, gedrongen kantmos. Of over duttende bomen die 's nachts hun takken wel 10 cm kunnen laten zakken, zoals ik laatst in een artikel las. Het liep anders. Na het monteren van het filmpje plaatste ik het alvast op YouTube, zodat ik het in dit blog kon opnemen. Eén van mijn Japanse volgers schrijft zijn commentaar meestal in Japanse karakters, en dat vertaal ik (met meer of minder succes) via Google translate. Dit keer stond er ook een Engels zinnetje bij: it's a world of wabi sabi.
Ik had daar nog nooit van gehoord, dus ben ik eens in die wereld van wabi sabi gedoken. En dat bleek een hele interessante filosofie te zijn. In tegenstelling tot de Westerse hang naar symmetrie en perfectie,staat in deze filosofie het vergankelijke, het verweerde en het imperfecte centraal. Dingen die getekend zijn door de natuur en vergankelijkheid zijn mooier, omdat ze uniek zijn, zoals een verweerde tafel of een gerimpelde huid. Volgens de wabi sabi denkwijze moeten we vergankelijkheid accepteren en waarderen. Ik lees op diverse sites dat Japanners de termen niet heel precies in woorden kunnen uitleggen, maar dat zij er het juiste gevoel bij hebben. De Amerikaanse Japanoloog Leonard Koren zegt erover: wabi sabi vind je in de natuur op momenten van teruggang en soberheid. Het gaat over het kleine en verborgene, het weifelende en vergankelijke. Dingen zo subtiel en voorbijgaand dat ze onzichtbaar zijn voor de alledaagse blik. Ik snap waarom het filmpje deze associatie oproept bij mijn Japanse volger Abe Seimei. Kijk en oordeel zelf.



E-mailabonnees kunnen het filmpje bekijken door op deze link te klikken. 

zaterdag 27 januari 2018

Zee en strand, zand voor land

Het oneindige ritme van golven vind ik fascinerend om te zien. Golven ontstaan door wind: wind zorgt eerst voor rimpelingen en door het hoogteverschil krijgt de wind steeds meer vat op het water. Zo kunnen golven van wel 30 meter hoogte ontstaan. De hoogst gemeten golven op de Noordzee waren een metertje of 20, maar meestal bereiken ze deze hoogte bij lange na niet. Bij windkracht 7 zijn de golven daar zo'n 4 meter. Hoe hoog golven worden, hangt samen met de diepte van het water, grootte van het wateroppervlak, de kracht van de wind en de duur van de storm. Ook de temperatuur van de lucht speelt een rol, in de winter worden de golven hoger omdat de lucht dan kouder is dan het water. Volgens een golvendeskundige van TU Delft kunnen golven 3 dagen oud worden. Golven op zee verplaatsen geen water, alleen energie door de wervelingen in de golf. Als je daar een balletje in een golf legt, blijft het keurig op zijn plaats. Hoogstens de wind zou een voorwerp daar kunnen verplaatsen. Aan de kust wordt dat een heel ander verhaal. Waarover hieronder meer. Maar eerst even genieten van de prachtige golven die ik bij een flinke wind begin deze maand filmde op Texel.




De wind blaast de golven naar de kust, daar wordt de zee ondieper. Aan de onderkant wordt de golf nu afgeremd door de bodem, maar de wind stuwt de golf verder waardoor de bovenkant van de golf over de onderkant heen valt. De golf breekt en slaat met veel geweld stuk. Onder de branding ontstaat een stroming terug naar zee en die neemt zand mee. De kust brokkelt daardoor af. Nederland heeft strand en duinen nodig om het zeewater uit het land te houden. We moeten dus continue alert zijn op die afbrokkelende kust.

Bron: Rijkswaterstaat
Daarom maakt Rijkswaterstaat elke 4 jaar een plan voor kustonderhoud. Op drie manieren wordt er zand terug naar de kust gebracht. Diepe geulen voor de kust worden opgevuld, er worden zandbanken aangelegd om de golven de breken en tenslotte wordt er zand uit zee op het strand gespoten. Zoals je op bijgaand kaartje van Rijkswaterstaat kunt zien, gaat dat over behoorlijke hoeveelheden zand die verspreid over de jaren worden aangebracht. Als je er meer over wilt weten, kun je via deze link een rapport bekijken over kustlijnonderhoud. Zand is voor ons land belangrijk, maar het is ook mooi. Het voegt zich gewillig naar water en wind en daardoor ontstaan prachtige vormen. Met het zonlicht erbij veranderde dit zand in puur goud, zoals je in onderstaand filmpje kunt zien.



Emailabonnees kunnen hier klikken om naar mijn blog te gaan en beide filmpjes te bekijken. 

maandag 22 januari 2018

Steenlopers tijdens het blauwe uur


Hoewel de zon aan het eind van onze eerste middag op Texel even onder de wolken uitkwam om ons te trakteren op een mooie zonsondergang, bleef de volgende dag vrijwel bewolkt. We stonden vroeg op om de zon te zien opgaan boven het wad, maar die liet zich dus niet zien. De blauwe kleur van het vroege uur maakte veel goed. In het haventje van De Cocksdorp zat een groepje steenlopers te rusten op een stukje van de pier. Het werd lichter en ze vlogen op. Toen ik me omdraaide ontdekte ik dat ze tussen de stenen van de waddendijk op zoek waren gegaan naar eten. Met hun stompe snavel draaien ze wier, schelpen en steentjes om, op zoek naar insectjes, kreeftachtigen, wormen en ander klein spul. Ze eten ook aas als ze dat tegenkomen. Of ze maken gebruik van een list. Meeuwen en kraaien houden van schelpdieren, maar hun snavel is niet geschikt om die te openen. Ze laten zo'n schelp dan vallen vanaf een bepaalde hoogte zodat die stukbreekt. Steenlopers hebben dat door: ze herkennen het geluid van de vallende schelpen en zorgen dat ze in buurt zijn. Met een beetje geluk zijn ze net iets eerder bij het smakelijke voedsel dan de neerdalende vogel.
Uit de Crossley ID Guide - Wikimedia
De vogeltjes broeden niet in Nederland, maar zijn een groot deel van het jaar te vinden langs onze kustlijn. Van en naar hun broedgebied leggen ze indrukwekkende afstanden af. Scandinavische broeders kunnen tot in Zuid-Afrika worden gezien en wij krijgen vooral Canadese gasten op bezoek. Steenlopers die van geolocators waren voorzien gaven hun vluchtgedrag op het zuidelijk halfrond prijs. In zes dagen vlogen ze non-stop van Australië naar Taiwan, maar liefst 7600 km. Toen ze daar hun maag weer hadden gevuld, vlogen ze naar China, om daarna nog eens 5000 km af te leggen naar hun broedgebied in Siberië. Ín het filmpje zie je ze in winterkleed. Het plaatje uit Crossley ID Guide laat (ook) zien hoe ze er in broedkleed uitzien.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.





zondag 14 januari 2018

Roodhalsgans en rood water


Roodhalsgans in broedgebied - foto van Wikimedia
“Wie de verrekijker langzaam over een grote groep overwinterende ganzen laat glijden, kan plotseling oog in oog komen te staan met een kleine maar prachtige gans. Een sierlijke tekening in 't verenkleed, een rode wang, hals en borst en een gedrongen postuur: de roodhalsgans. Tenminste; wanneer de gans van dichtbij te bekijken is, want op afstand gaat de roodhalsgans vrijwel schuil tussen de andere ganzen. Zelfs ervaren vogelaars hebben vaak grote moeite met het ontdekken van 'die ene roodhals' tussen duizenden grazers.” Zo is het op de site van de Vogelbescherming te lezen en dat komt redelijk overeen met onze ervaring. Onlangs waren we een paar dagen op Texel en de site waarneming.nl gaf aan dat er twee roodhalsganzen waren gesignaleerd op het eiland. Onder dreiging van een flinke bui regen reden we naar het bewuste gebied. Daar hielden zich, verspreid over enkele weilanden, inderdaad grote groepen ganzen op. Elke groep speurden we af, terwijl het weer steeds dreigender werd. Half misselijk van het getuur door de kijker, besloten we nog één groepje 'onder de loep' te nemen. En toen was het raak, we zagen voor het eerst de mooie roodhalsgansjes. Voor filmen was de afstand groot en de lucht vrij donker, de camera had moeite met focussen. Toch is het gelukt om het groepje te filmen. Kijk maar eens of je de roodhalsgansjes ontdekt tussen de rotganzen.  


Roodhalsganzen laten zich niet vaak in Nederland bekijken. Ze broeden in Siberië en brengen de winter door bij de Zwarte Zee, de Kaspische Zee en het Oeralmeer. In Bulgarije en Roemenië heb je grote kans om ze te zien maar er komen nauwelijks vogels naar West-Europa. En van die groep belandt maar een enkeling in Nederland. We waren dus blij dat we ze gevonden hadden. De bui barstte los en al spoedig zaten de autoruiten zo vol spetters dat we het voor gezien hielden.


Rond een uur of vier brak de zon toch nog even door, we reden snel naar het strand om de zonsondergang te filmen. Hoe dat eruit zag, zie je in onderstaand filmpje. Fascinerend waren de reflecties van de rood kleurende lucht in het water.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar mijn blog te gaan en beide filmpjes te bekijken.
 

dinsdag 9 januari 2018

Het oudste bos van ons land ligt in de stad

Ik werk er om de hoek, maar had het nog nooit uitgebreid bekeken. Op een vrije middag heb ik niet meteen de auto gepakt om naar huis te rijden, maar ben ik een wandeling gaan maken door het oudste bos van Nederland: het Haagse bos. Dat strekt zich uit van het Malieveld, zo'n beetje hartje Den Haag, tot aan Wassenaar en is ongeveer 100 hectare groot. Op oude strandwallen en veen is hier een oerbos ontstaan dat aanvankelijk veel groter was: van 's Gravenzande tot aan Alkmaar. Het Haarlemmerhout is een ander restje van het oerbos. De geschiedschrijving van het bos begint in de dertiende eeuw. De Graven van Holland bouwden een jachtslot bij het bos, een gebouw dat nu bekend staat als het Binnenhof. De graven besteedden veel geld aan het onderhoud van het bos en plantten er eiken. Later werd een deel daarvan gekapt om er verdedigingswerken van te maken tijdens de Tachtigjarige oorlog. Toen het bos helemaal gekapt dreigde te worden, om met het geld dat dit opbracht de schulden uit deze oorlog te vereffenen kwamen er protestacties op gang. En met resultaat: op 16 april 1576 ondertekende Willem van Oranje de Acte van Redemptie waarin werd bepaald dat niemand meer een boom mocht kappen in het bos en dat het bos niet verkocht mocht worden. Tijdens de Franse bezetting kwam het  bos echter nog eens in gevaar. Koning Lodewijk Napoleon gaf in 1810 opdracht om het bos te kappen en de grond voor landbouw in gebruik te nemen. Landmeter Van der Spuy treuzelde zo lang met het opmeten en in kaart brengen van het gebied dat het Franse rijk ten onder was gegaan voordat er gekapt werd. In 2010 waren er kabinetsplannen om het Haagse bos en het Malieveld te verkopen. Gelukkig geldt de Acte van Redemptie nog steeds en konden deze plannen verijdeld worden. Zo kunnen we nu nog genieten van een oeroud stukje groen in de stad. Op een kille decembermiddag was er weinig te beleven in het bos, maar de reflecties in het water waren wondermooi. In het voorjaar ga ik nog eens filmen, dan biedt het bos vast een andere aanblik.
E-mailabonnees kunnen het filmpje bekijken door te klikken op deze link.

dinsdag 2 januari 2018

Wildernis in zwart/wit

Photo by J. Malcolm Greany
Van Sinterklaas kreeg ik een geweldig fotoboek van Ansel Adams (1902-1984), wat mij betreft de koning van zwart/wit landschapsfotografie. Als jongen struinde hij door de natuur in de buurt van zijn woonplaats San Francisco, Californië. Zijn eerste camera van een Kodak no 1 Box Brownie, een soortgelijke camera heb ik van mijn opa geërfd. Ik heb daar echter nooit mee gefotografeerd, simpelweg omdat ik geen idee had hoe dat moest. Al snel ontsteeg Ansel de amateurstatus en de waardering voor zijn werk steeg. Hij maakte foto's van de nationale parken van de Verenigde Staten en kreeg daarvoor drie Guggenheim-prijzen. Ik vergaap me aan zijn foto's omdat de contrasten waarmee hij de landschappen heeft vastgelegd ongelooflijk zijn. Iedereen die wel eens een foto maakt weet dat, zodra je een donker voorwerp als onderwerp neemt, de rest van de opname wel erg licht uitvalt. En een persoon in de sneeuw wordt al gauw een silhouet. Ons oog bekijkt dat soort contrasten heel wat genuanceerder dan een camera. Maar Ansel Adams combineert donkere bergen en sneeuw schijnbaar moeiteloos op een perfecte manier. Hij heeft hiervoor zelf een zonesysteem ontwikkeld van 10 tinten, van helemaal zwart tot helemaal wit. Al bij het belichten hield hij rekening met het gewenste eindresultaat en in de donkere kamer voegde hij daar speciale effecten bij het ontwikkelen en afdrukken aan toe. Heel ingenieus in het analoge tijdperk. Je kunt het werk bekijken op zijn website, dat is echt een aanrader. Behalve fotograaf was hij overigens ook natuuractivist: hij streed voor behoud van 'wildernisnatuur'. Zijn motto: "I hope that my work will encourage self expression in others and stimulate the search for beauty and creative excitement in the great world around us" spreekt me bijzonder aan. 
Tijdens een grijze dag, waarop niet veel te beleven viel in de Amsterdamse Waterleidingduinen, heb ik de knop van mijn camera daarom maar weer eens op 'zwart/wit' gedraaid, om mijn creatieve experiment van afgelopen herfst een vervolg te geven. Tijdens het filmen kwam het Engelse woord 'solitude' in me op. Dat betekent verlatenheid en eenzaamheid. Het landschap straalde vooral het eerste uit en de meeste dieren zijn 'eenzaam' in beeld. De zwart/wit opnamen versterken dat gevoel wat mij betreft. 



E-mailabonnees kunnen het filmpje bekijken door te klikken op deze link.

dinsdag 19 december 2017

Fijne feestdagen

Ik wens alle lezers van mijn blog fijne feestdagen. Ik vond het leuk om mijn 'natuurjaar' met jullie te delen, en hoop je terug te zien in het nieuwe jaar!




E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.

Goudhaantje: klein maar fijn

Foto: Marton Berntsen - Wikimedia
Natuurlijk moest ik er afgelopen week even op uit om de witte winterdagen op film vast te leggen. De mooiste sneeuwdekens lagen er in de nacht, tegen de ochtend was een deel al weg gedooid en in de middag sneeuwde het opnieuw. Nu ik dit schrijf is de wereld weer groen en grijs. Vogels moeten in de winter hard werken om op temperatuur te blijven en zijn wegens de korte dagen op zoek naar voedsel zo lang het licht is. Hoe lager het lichaamsgewicht, hoe groter de strijd om het bestaan. Kleine vogels hebben een snelle stofwisseling en weinig reserve. Continu eten is de enige oplossing. Het goudhaantje is de kleinste vogel in ons land: 8,5 centimeter lang en 5 gram zwaar. Dat betekent dat je vier goudhaantjes zou kunnen versturen met één kerstzegel :). De kleine verenbolletjes leven in naaldbomen en zijn bij de toppen te vinden. De nesten, komvormig en gemaakt van (korst)mos, haar en spinrag, hangen meestal aan de buitenste takken. Dat zo'n klein vogeltje tussen de 7 en 13 eieren per keer legt (elk 1 centimeter groot), vind ik dan weer een enorme prestatie. Maar dat is ook een indicatie dat niet alle kleintjes groot zullen worden. Niet alleen omdat ze veel voedsel moeten kunnen vinden, maar ook omdat kleine vogeltjes voor veel andere dieren een prooi zijn. Meestal merk ik de vogeltjes op door hun hoge gepiep. Zo ontdekte ik tijdens mijn winterwandeling een groepje in de taxusstruiken. Na een tijdje stil te hebben gestaan met de camera in de aanslag, doken de eerste vogeltjes aan mijn kant van de taxus op. De beestjes zijn razendsnel en zitten geen seconde stil. Toch is het gelukt om hun fourageergedrag te filmen, je ziet de goudhaantjes aan het einde van dit filmpje.




E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar het filmpje te gaan.